Dolfijnen, een krater en Drakenbloedbomen

We gaan naar Tazacorte voor een boottocht. Dolfijnen gaan we zoeken, en ook gaan we naar een diepe grot, de Piratenbaai en naar de noordkust.
En ja, we zien de dolfijnen! Jij kunt ze niet zo goed ontdekken, maar de banaan achter de boot heeft je volle aandacht. Op de plek waar er wilde bananentochtjes gemaakt worden achter een speedbootje worden ook de vissen gevoerd. Die zie jij wel! Verder ga je graag aan de wandel op de boot. Jij en ik oefenen onze zeebenen, en dat gaat soepeler dan bij sommige anderen!

’s Middags gaan we de Cumbrecita wandelen: een tochtje in de krater van de Candela, de grootste krater van het eiland. We ontmoeten Arnd, een reizende Duitser. We picnicken met zijn drietjes en ik geef hem een lift naar boven. De wandeling duurt ongeveer een uur. Wat ruikt het er lekker met al die pijnbomen! Jij zit in de rugdrager en zingt mooie liedjes. We zien prachtige uitzichten en als je even uitgezongen bent, horen we niets: alleen de stilte.
Ik had Arnd beloofd hem ook weer terug naar beneden te nemen. We komen elkaar aan het einde van de wandeling weer tegen. We vinden elkaar aardig. We hebben gesprekken over levenservaring, het combineren van werk en privéleven en over hoe we beide op onze eigen manier proberen om daar onze weg in te vinden.
We nemen afscheid van elkaar op het busstation van Los Llanos. Daag Arnd, dat was een leuke onverwachte ontmoeting!

Een dag later gaan we voor het echte werk! Een lange pittige hike die 2,5 tot 3 uur duurt als we geen pauze zouden nemen. Eerst is het nog een behoorlijk eindje rijden, want we gaan ver naar het Noorden, naar Las Tricias. Daar zijn wilde drakenbloedbomen en er wonen heel veel import hippies, er is zelfs een commune. We dalen (met pauzes) twee uur lang tot aan grotten waar prehistorische rots inscripties te zien zijn.

We drinken onderweg wat wat bij een eettentje dat bij de commune hoort.

De weg terug is pittig, omhoog klauteren met jou. Veel mensen zijn verbaasd dat ik het red, met jou als bagage. Maar ik ben wel wat gewend: je bent nog steeds lichter dan een complete klimuitrusting. Natuurlijk pauzeren we af en toe. En hoewel ik blij ben dat ik jou in de mei tai heb in plaats van in de knellende rugdrager, is het toch wel erg warm.

Omdat ik zo eigenwijs ben om alleen een vage beschrijving in het gidsje als beschrijving te nemen, weet ik op een gegeven moment niet zo goed meer hoe ik moet lopen. Ik kan me niet voorstellen dat de klauterpartij die ik zou moeten doen, echt de bedoeling is aangezien de gemiddelde toerist dat nooit zou aandurven.
Met mijn ervaring als klimster zou ik dat best aandurven, maar, oh verstandig, met jou voor mijn buik vind ik het toch niet zo’n goed idee. Ik daal weer een stukje af, keer terug, nog een keer zoeken. Uiteindelijk keer ik om. We zijn op driekwart van de hike, maar ik durf het risico van verdwalen niet te nemen. We nemen dus toch maar dezelfde route terug. Dan weet ik zeker dat we weer aankomen.

Aan het einde van de hike heb jij er genoeg van. Na opnieuw een pauze wil je eigenlijk niet meer in de mei tai. Als we dan toch weer verder gaan val jij in een lange lange slaap.

Om 4 uur zijn we weer boven. Ik bestel een welverdiend flesje koud water terwijl jij blijft slapen. Op de weg terug gaan we nog langs een marktplaats in La Fayal. Ook daar zien we de hippies, er mooie spullen verkopen, maar ik vind het toch wel duur en koop niets.

Morgen misschien, als we naar Santa Cruz gaan!

Vulkaan, strand, nog eens strand, stadjes

Naar een vulkaan gingen we. De vulkaan sint Antonio, die in 1971 nog actief was.
Het is maar een kwartiertje wandelen vanaf de parkeerplaats. Jij gaat mee in de MeiTai. Het leukste dat jij onderweg ziet, is een hondje. Ik zie niet veel meer dan jij. Er groein inmiddels weer jonge boompjes in de krater. En het waait heeeel hard. Ik waai bijna van het pad af, en dat is niet overdreven…

Het stadje Los Canarios, dat ik nog samen met jou wil bezichtigen, is ook niet echt je van het. We hebben het kerkje bezichtigd en in de bar koop ik amandelkoekjes, een La Palma specialiteit.

Op de terugweg bezoeken we een bizar plein in het stadje Las Manchas.

Ook gaan we naar het strand van Puerto Naos. Zwart zand inderdaad, best even wennen. De zee, daar vind jij niet zo veel aan. De stenen zijn veel interessanter, die worden wederom gesorteerd, opgepakt en weggelegd. Daar ben je erg druk mee.

Ook zijn we naar Los Llanod de Aridane geweest, een dagje later. Hee wat een leuk schilderachtig stadje! Het dragen zat koop ik hier een buggy. Ook makkelijk voor de terugreis..! De rugdrager is geen succes, liever draag ik je met de Mei Tai, ondanks dat het gewikkel wat langer duurt.

En weer gaan we naar een strand. Puerto de Tazacorte, deze keer. Ook dit is een leuk mini pittoresk stadje.

Ik dacht dat jij wel zou gaan slapen op het strand, in je minitentje. Maar jij hebt andere plannen… terwijl ik een vestje voor je haak, stapel jij stenen. Hele grote. Heen en weer, van links naar rechts. Opnieuw moet je niet zo veel van de zee hebben. En ook het strandzand zie je niet zo zitten. Ik kan je niet verleiden om naar mij en de bal toe te kruipen: aan de rand van het dekentje kijk je verbaasd naar je handje met zwart zand. Nee niks aan! De wind is weer alom aanwezig en als ik vind dat jouw tere huidje genoeg heeft gehad, tja jij blijft niet braaf in het schaduwtentje, pakken we in.

We reserveren een boottocht voor morgen. Jij slaapt in de auto dus ik sla de tapas over en rijd terug naar het huisje, waar jij je siesta voortzet. Later lekker samen douchen en boekjes lezen. Morgen wordt vast wéér een superdag!

Uitrusten in Caisa Jaiza

Ons huisje is leuk. Badkamertje, huiskamer / keuken en slaapkamertje. Met een kinderbedje voor jou. Je bent moe en verdrietig als ik je het huisje in draag. Je bent er klaar mee. Ik snap dat, ik sus je, ik neem je in mijn armen tot je lekker slaapt. Je slaapt vannacht lekker bij mama.

‘S morgens duurt het even tot de zon over de bergrug is. Maar ook zonder de zon merk ik: wat een prima weertje! We verkennen het huisje. Terwijl jij boekjes leest en liedjes zingt, pak ik de koffers uit en richt ons huisje in.

 

Samen onder de douche om alle reiszweet af te spoelen. Ik maak een ontbijtje: koffie, melkflesje, brood met smeerleverworst. Er stond een enorme fruitschaal op ons te wachten dus we eten ook een banaantje van het eiland. De vorige huurders hebben behoorlijk wat spulletjes achtergelaten en ik heb flink wat eten meegenomen, maar toch wil ik vandaag boodschappen doen.

We vinden een piepklein winkeltje waar ik wat verse groenten, kaas etcetera kkop, en gaan al snel weer lekker terug naar ons afgelegen huisje. Daar brengen we de dag samen door. We doen wat loopoefeningen, zingen liedjes, jij doet een heerlijk lange middagdut en ik een kleintje. Jij sorteert stenen en zegt gedichtjes op in jouw taal terwijl ik een Agatha Christie lees: een gevonden schat uit het huisje. Ook lezen we samen boekjes die ik voor jou meegenomen heb.

De zon is er en we doen eigenlijk helemaal niets behalve veel kletsen en samen dingen doen.

Ik overweeg mijn vriendin van gisteren te bezoeken. Maar na een glaasje van de witte wijn die halfvol in de koelkast stond weet ik dat het geen goed idee is. Wijn en kronkelige weggetjes… nee..! We lopen nog een rondje om het huis, jij en ik. En we genieten van het zonnetje.

Wat een fijne eerste kerstdag!

La Palma, de reis..

Het vooruitzicht om samen met jou een vliegreis te maken vond ik toch wel erg spannend. Dat ontdekte ik pas toen ik al geboekt had, dus: niets meer aan te doen, we gaan er het beste van maken.

En dat hebben gedaan, ook al werden we flink getest…

De mevrouw van het hotel, waar we ook de terugweg na aankomst op Schiphol, een nachtje blijven slapen, is nog niet helemaal ingewerkt. Nee hoor, ik heb niet gereserveerd. Oh toch wel (nadat ik het bewijs onder haar neus duwde). Het busje dat ons naar Schiphol zal brengen, staat al klaar maar ik moet van de mevrouw nog allerlei formulieren invullen en ook het betalen duurt erg lang. Nog een keertje pasje erin, nee nog een keer. Ze moet nog even op een knopje drukken. Ik erger me niet. We hebben genoeg tijd en we gaan naar een tropisch eiland. Ik doe mijn pasje gewoon voor de derde keer in de betaalautomaat. Ondertussen laadt de chauffeur van het busje, de bagage van onze auto het busje in. En vergeet de rugdrager. En daar komen we weer iets te laat achter….

Gelukkig waren we al vroeg vertrokken, want het eerste dat we op Schiphol moeten doen is wachten op diezelfde chauffeur van het busje die alsnog de rugdrager komt brengen.
Inchecken, wachten, handbagagecheck, alles uitpakken, inpakken, wachten, lopen, jou verschonen, even snel wat eten, verder lopen naar de verste gate. Het is best ingewikkeld met jou. Ik heb de wandelwagen thuis gelaten: te groot volgens de voorschriften van de vliegmaatschappij. Dus ik draag je, mijn meisje, ik draag je. Wachten kletsen boekje lezen eten drinken en…. boarden!

We hebben een plaatsje bij het raam. Ik ben daar niet zo blij mee omdat ik niet bij onze bagage kan. Maar ach na het opstijgen vraag ik wel een ander plekje aan de stewardess…
En dan… dan vertelt de piloot dat er lampjes aan blijven die uit hadden moeten gaan… we blijven staan, de technici komen eraan. En vertrekken weer. En er komen nieuwe technici. Terug taxiën naar de gate. Wachten wachten drie en een half uur wachten op een krap plekje in een vol warm vliegtuig. En jij? Jij hebt zo veel afleiding, slapen gaat niet. Het is al 5 uur en je hebt sinds vanmorgen nog geen minuutje gedut. Om ongeveer 2 uur zouden we vertrekken en om half zes zijn we nog niet eens vertrokken. Je bent een topkind en je blijft vrolijk. Ondanks de warmte en dat je zo moe bent en dat mama niet bij de bagage kan terwijl je eigenlijk wel heel erg honger hebt. En dorst. Net zoals de andere mensen in het vliegtuig. Maar de piloot zegt dat het zo gefixt is. Dus we wachten nog maar even. Totdat het te lang duurt, ik doe je in de draagdoek en we drentelen een beetje rond. Jij eet een broodje, je drinkt je sap, nog steeds vrolijk.

Eindelijk mogen we eruit, ik heb inmiddels geregeld dat we in het nieuwe vliegtuig op een andere plek mogen: bij het gangpad. Ook hebben we al wat vrienden gemaakt, jij en ik. We hebben bekijks: jij vrolijk babbelend meisje, ik bepakt en bezakt. En geen papa erbij. Tja dat valt op….
En als we dan eindelijk eindelijk vertrekken zijn we allebei al kapot, terwijl de echte reis nog moet beginnen.

Ach meisje wat ben je warm en moe en wil je toch alles in de gaten houden en kun je je draai niet vinden… en blijf je kletsen lachen spelen boekje lezen… pas als we er bijnabijna zijn en het al een uur of half tien is val jij in slaap op mama’s schoot. En als ik je drie kwartier later wakker moet maken omdat je in de gordel moet, en we dalen, dan pas word je verdrietig en moet je even huilen… een paar minuutjes maar want als ik liedjes zingt dan gaat het wel weer… en toch weer even huilen… en toch weer even stil…
De stewardessen en alle mensen pakken voor ons de bagage bij elkaar terwijl jij in de draagdoek lekker tegen mama aan hangt. Warm en moe en ach wat wil je graag slapen maar het lukt maar niet…

Een uurtje later, als mama alle bagage bij elkaar heeft, de auto heeft geregeld en we onderweg zijn naar Todoque, val je eindelijk weer lekker in slaap in je autostoeltje.
Ondertussen rijd ik een, denk ik, schitterende bergroute. Die moeten we maar eens over doen als het licht is buiten. Ik kom erachter dat er geen handig lampje bij de binnenspiegel zit. Maar door hier en daar onder een lantaarnpaal te stoppen rijd ik, ondanks de gebrekkige bewegwijzering, in één keer naar Todoque.

Daar is het nog even spannend. De straatnaamborden zijn onleesbaar. Todoque is groot en onoverzichtelijk. Ik besef dat ik eigenlijk helemaal niet weet hoe ik op mijn vakantie-adres moet komen. Het wijst zich vanzelf, zei de man van het reisbureau. Nou daar reken ik dan maar op. Ik rijd nog een rondje en besef: Ik kan zo Casa Jaiza nooit vinden…
Ik zie een huisje dat lijkt op de foto. Er staat geen auto voor. Op goed geluk parkeer ik de auto. De sleutel zit in de voordeur… zal dit echt? Te mooi om waar te zijn toch?

Voorzichtig sluip ik naar binnen, doe het licht aan en een deur open. Opberghok. De volgende deur… oeps, hier slapen mensen!
Giechelend sluip ik weer weg, het huisje in diepe rust achter latend… Jij slaapt rustig door. De mensen gelukkig ook.

Daar hoor ik mensen praten. Ik ga hulp vragen, het is bijna middernacht en we moeten toch echt ergens slapen… ik wil het eigenlijk niet hardop denken, maar eigenlijk ben ik moe, zo moe, het is kerstavond en ik voel me net een bijbelverhaal. Met Citroën en zonder ezel, dat wel…

Een vrouw loopt op straat voor haar huis. We spreken niet dezelfde taal maar de situatie is duidelijk. Ik vertel haar de naam van de straat en de naam van het huisje. Zij roept iemand, er komt een man aan, ze pakt mijn hand en trekt me mee naar hem toe. Ik begrijp dat deze man in de straat woont die ik zoek. Met handen en voeten maken ze me duidelijk dat ik ze achterna moet rijden. Overrompeld door deze vriendelijkheid omhels ik de vrouw: dankbaar. Ze ruikt naar wijn. Ze knuffelt en kust me terug, al pratend.
Ik spring in de auto, jij slaapt nog altijd, en ik volg de aardige palmarianen. We rijden langs een rotonde en vlak daarna zie ik een verlicht pand. In de deuropening … hé  twee Nederlanders uit het vliegtuig. TURISTICO staat er boven het raam. Hier moet ik zijn!
Ik geef lichtsignalen en de auto voor mij stopt. Met handen en voeten leg ik uit: daar, daar moet ik zijn! Prima, zij wachten op me, doe rustig aan, ga maar even kijken en anders zorgen wij voor jou.

En ja. Het komt goed. Het is het bureau waar ik moet zijn.

Ik neem afscheid van mijn nieuwe vrienden. Een wijnknuffel. We ruiken allebei: zij naar wijn, ik naar de zweterige reis. Goede aardse geuren. Ze wil dat ik morgen op visite kom. Ik zeg dat ik haar opzoek, later later. Ze vindt me lief. Ik vind haar ook lief. Nog een knuffel, een kus.

Achter de man van het bureau aanrijdend besef ik dat ik Casa Jaiza nooit had kunnen vinden, een kronkelige straat, een onverwachtse inrit, een vaag paadje en….  we zijn er.  We zijn er meisje en morgen begint onze vakantie!