Ben ik nou verlegen??!

Ik ben een onverlegen type.

Dacht ik…

Natuurlijk af en toe een beetje onbehaaglijk in sommige sociale situaties. Maar na jarenlang voor de meest diverse groepen te hebben gestaan als trainer en bovendien al heel wat zakelijke gesprekken en presentaties te hebben gegeven, soms zelfs voor een hele zaal, ben ik niet iemand die op haar mondje gevallen is.

Maar het is nu dus Geefmaand, he?

En ik doe daaraan mee.

Geen megalomane weggeefacties van tientallen zelfgemaakte zelfingepakte vondeling gelegde kadootjes. Ook geen haastig in elkaar geflansde sponsoracties.

Ik gaf overigens wel al wat kadootjes hoor. Maar vanwege een tijdelijke verdubbeling van mijn werkuren, is het vooral een kwestie van veel complimentjes, glimlachen etcetera uitdelen.

En tot mijn verbazing kom ik erachter dat ik daar verlegen van word… Ik??!!

Vandaag bijvoorbeeld, toen ik getankt had.
Ik keek de tankstationmeneer met een glimlach aan, écht aan, en wenste hem een hele fijne avond en vertelde hem bovendien dat ik het zo leuk vond dat hij me nog even wees op de aanbieding.

(natuurlijk weet ik bést dat ze dat gewoon moeten doen van hoofdkantoor, en dat dat gecontroleerd wordt door mystery shoppers… maar ach… ’t was toch aardig dat hij me erop wees??!)

Als je dus mensen wat bewuster aankijkt, duurt het oogcontact wat langer dan “normaal” en gebeurt er ook vanalles. Gewoon een uitwisseling van menselijk contact, meer niet. Maar daar word ik dus verlegen van… mensen reageren daar dus op, op oogcontact. En ik ook weer daarop en zo perpetuum mobile…

Zo leer ik opeens een nieuwe kant van mezelf ontdekken. Misschien maak ik “in het dagelijkse leven” wel helemaal niet zo veel oogcontact, vermijd ik dat een beetje?

Nou zulke dingen. Daar ga ik op letten en daar leer ik van.

Kappersbezoek

Sinds, een jaar of vijf geleden, mijn eerste grijze haren zich aandienden, verf ik het. De laatste tijd met een toenemende ontevredenheid. Immers: na een paar weken diende zich al een soort landingsbaan aan rond whatever scheiding ik in mijn haar trok.

Uitgroei.

Dus hopla na een paar weken ergernissen, kocht ik weer een pakje goedkope verf. Beetje erop kwakken, even wachten en klaar. En een paar weken later begon de ergernis weer.

De eventuele dode punten knipte ik zelf zo lukraak hier en daar een beetje bij. Kwestie van een staart maken op de goede plek en deze recht afknippen. Zo krijg je vanzelf een laagjeskapsel. En als het een beetje krult ziet niemand dat het niet helemaal recht is. Of niemand zegt er wat van, kan ook. Hoe dan ook had ik geen last van mijn kapselloos bestaan.

Maar die uitgroei, he? Dat was toch wel een terugkerende ergernist.
Ik besloot ik nu mijn haar terug te laten verven in de oorspronkelijke kleur. Om deze kleur vooral even goed zichtbaar te maken, wachtte en wachtte ik en zag de breedte van de snelweg op mijn hoofd, gestaag groeien. Haren werden inmiddels strak naar achter in een staart gepropt en genegeerd. Niet echt handig als je vanwege je werk af en toe toch echt representatief moet zijn…

Dus twee dagen geleden ging ik naar de kapper.

Dat was voor het eerst in héél veel jaar. En wat ik van dit bezoekje leerde?

1. Door niet naar de kapper te gaan bespaar je heel veel tijd!
Eerlijk is eerlijk: je haar in een andere kleur laten verven kost sowieso tijd. Maar bij de kapper gaan ze echt je hele hoofd rond met een kwastje en laagje voor laagje wordt alles ingekwast. Wát een verschil met als ik het zelf doe: alleen zo’n beetje precies rondom mijn gezicht en de rest er een beetje inmasseren….
Ik ging om één uur ’s middags weg van huis en was ervan overtuigd dat ik om half drie toch echt wel weer terug zou zijn… Het tegendeel was echter waar: voordat ik het wist, was het kwart voor vier!!!

2. Een kapper verdient niet heel erg veel geld maar toch vind ik het te duur.
Ik rekende 60 euro af voor verven en knippen. Dat had vast goedkoper gekund, maar óók veel duurder. Ik ging immers naar een kapper bij mij om de hoek, in een wijkje. Als ik naar het centrum was gegaan, naar een gerenommeerde naam, had het ook makkelijk het dubbele kunnen kosten.
Maar toch. Zéstig euro… Dat is een week lang boodschappen. Dat is bijna de helft van mijn “leuk” budget…
De kapster was echter echt een behoorlijke tijd met me bezig, wat me doet afvragen wat zij per uur verdient… Immers de verf moet ook betaald, om over de huur van de winkelruimte etcetera maar even te zwijgen…

Conclusie
Als het goed is hoef ik niet meer met verf aan de slag en dan verdien ik deze kapperskosten vanzelf weer terug. Want voorlopig hoeft er niets aan te gebeuren, het komende half jaar… Laat die grijze haren maar langzaam zichtbaar worden: dat ik geen 18 meer ben kun je inmiddels ook aan mijn rimpels zien…

En…? Voorlopig ga ik toch echt niet meer. Ik geef tijd en geld veel liever uit aan echt leuke dingen doen!

Ik heb overigens nog maar niet besloten uit welk potje ik deze extra kostenpost ga betalen… Misschien maar op de één of andere manier declareren bij de zaak? Of is dat vals spelen…

Overigens… ja, ik zie er fantástisch uit met deze nieuwe look!

Heel veel complimentjes dan maar…

Het is inmiddels 12 november en nog steeds Geefmaand.

Vantevoren wist ik, dat het een hele uitdaging zou worden om juist in deze maand bewust dagelijks stil te staan bij wat ik kan geven en dat blijkt dan ook zeker het geval te zijn.
Het is immers een drukke maand voor mij en dat zag ik al in augustus aankomen…!

De afgelopen twee dagen heb ik het voor elkaar gekregen om, buiten het ochtend- en avonds spitsuur (aankleden-ontbijten-tandenpoetsen-harenkammen-naarkinderopvang en andersom) om, om overdag heel hard te werken en ’s avonds bezig te zijn met het opleiden van klimtrainers, twee avonden achter elkaar… En dat ná een weekend dat volgepland zat met allemaal leuke dingen en daarnaast ook nog de nodige huishoudelijke klussen die in de week ervoor waren blijven liggen..

Soms lopen de dingen zo. Vooral bij mij, “alles-of-niets-type” pur sang.

Er zijn overigens mensen die altijd een dergelijk volgepland leven hebben. Ik heb daar alle respect voor, maar nee, niet voor mij.
Drukte is leuk en geeft me evenveel (of meer!) energie als het me kost, zo lang ik weet dat ik binnenkort (over een maandje?) weer lekker een dagje kan lanterfanten.

Maar…. hoe gaat het nou met dat geven??

Tja… Veel complimentjes dan maar…. Op het werk mensen blijven bedanken voor hun inzet. In Outlook reminders inplannen om even thee te zetten voor iedereen die er aan het werk is… Mensen vertellen dat hun haar leuk zit. Op de fiets op weg naar huis tegen mensen zeggen dat ze een mooie fiets hebben. Eens voorrang geven aan mensen die geen voorrang hebben, maar wel kunnen gebruiken. Zwaaien naar werklieden, onderweg naar huis. Tegen de juf van het kinderdagverblijf zeggen dat ik het zo’n origineel idee vind, het knutselwerkje-van-de-week en dat ze dat toch altijd zo leuk doen, passend bij het seizoen…

Thuis niet gaan zitten staren op de tablet maar een puzzel maken met Zonnekind en dan maar voor lief nemen dat we een kwartiertje later aankomen bij het kinderdagverblijf en dus ook een kwartiertje later op kantoor. Dat halen we wel weer in…
Niet bloggen maar die tijd besteden aan een leuke mama zijn of aan het nabespreken van het weekend van medewerkers.

Zo gaat dat dus in de Geefmaand, deze week.

Geefmaand als je het druk hebt

Jaja. Drukdrukdruk.

En dat is zachtjes uitgedrukt.

Nog één of twee weekjes gekkenhuis.  En daarna gewoon erg druk tot het einde van het jaar.

Ik houd me er maar aan vast dat hard werken ook betekent dat er veel geld gaat binnenkomen binnenkort…

Ondertussen is het Geefmaand en wil ik mezelf bewijzen dat het druk hebben geen excuus is om een onmens te worden.
Dus haalde ik vandaag thee en complimenteerde ik mijn medewerksters met alles wat zij vandaag voor me deden ter ondersteuning van alle werkzaamheden. Terecht. Het zijn twee toppers….

En…. ook gaf ik mezelf drie kwartier trainen kado, vandaag. Gewoon midden op de dag. Omdat ik al die avonden zit door te zwoegen. Ja ik verdien dat.

Toch een mager geefdagje. … Dus met dank aan Welmoed tekende ik zojuist een aantal petities.

Het is inderdaad te weinig moeite om het niet te doen, iets geven….

Otje

Dit is Otje.
Otje is als heel jong poesje op straat gevonden en naar het asiel gebracht. Ze werd vervolgens mee naar huis genomen door een mevrouw met een kat die haar alle hoeken van het huis liet zien.
Arme Otje….
Ze ging dus weer terug naar het asiel.
Zonnekind en ik gingen er vandaag kijken. Een jaar of zeven geleden nam ik uit dit asiel twee volwassen langzittende katten mee naar huis. Met name Gilles was een moeilijk plaatsbare, want zeer humeurige, kater. In januari dit jaar werd Gilles, inmiddels 16 jaar oud maar nog steeds een imposante straatvechter, hoewel thuis een heel gezellig beest, doodgereden en sindsdien had Freya het rijk alleen.
Eindelijk rust, moet ze gedacht hebben. Want ze werd getolereerd door Gilles, zo lang ze hem maar de beste plekjes en de lekkerste hapjes gunde. Af en toe een fikse pets moest ze bovendien voor lief nemen.
Freya is een heerlijke theemuts. Ze laat zich alle attenties van Zonnekind, of die nou wel of niet echt katvriendelijk zijn, prima aanleunen. Als Zonnekind, die meestal wel lief is, haar te enthousiast optuigt met mutsjes en dekentjes en speelgoed, gaat ze gewoon weg. Als ze daar tenminste niet te lui voor is.
Buiten transformeert mijn somewhat overweight poes tot een geweldige jaagster die me regelmatig op muizen trakteert. 
Lucky me.. …. …
Er was binnenshuis echter ruimte voor een wat levendiger exemplaar en dat werd dus, gezien de leeftijd van Zonnnekind, een kitten. Otje.
Net als zo veel katjes uit het asiel, liet Otje zich maar moeilijk vangen en aaien. Een schuw beestje dus. De mevrouw van het asiel vroeg zich dan ook af of het wel een geschikte match was met Zonnekind, maar ik had er voldoende vertrouwen in….
Ik voorzag een reïntegratie traject en veel geduld, waarna Otje zich langzaam maar zeker steeds meet thuis zou voelen.
Zoals zo vaak met poezen liep dat even anders…. 
Zodra Otje ons huis binnenkwam, was alle oorspronkelijke schuwheid over en ging ze, al spelend, op onderzoek uit. Zelfs het overenthousiaste peuterkind dat gillend van plezier achter haar aan ging, was voor haar geen reden om zich ergens onder de bank terug te trekken. 
En toen die ene kleine dondersteen (de menselijke variant) naar bed ging nestelde de andere dondersteen genaamd Otje zich luid spinnend en kopjes gevend op mijn schoot. Helemaal ontspannen besloot ze: “Deze mens is van mij!”
Niet Otje heeft mijn liefde en aandacht nodig maar Freya. Mijn arme theemuts verstopte zich achter de bank en ging vervolgens in één streep, beledigd, naar buiten.
Een paar uur later kwam ze weer binnen om zich te verstoppen op de vensterbank, achter het gordijn.
Ik hoop voor haar dat ze snel ontdekt dat die lichtgewicht geen kwaad in de zin heeft…. want zeg nou zelf…. is het nou geen droppie??!

"Wil je een lift?"

“Wil je een lift?” vroeg ik vandaag, toen ik na een dag heel hard werken, naar huis wilde fietsen en al snel iemand op een skateboard inhaalde.
“Hou je maar vast!”
Zo gezegd zo gedaan, en mijn lifter zoefde op zijn kleine wieltjes achter mijn fiets aan.
Hij was nog nooit zo snel op het station aangekomen, zei hij een paar minuutjes later. En dat was maar goed ook, want het regende.
Geefmaand dag drie, missie geslaagd…