De hoogste tijd

Jarenlang had ik bij vlagen het gevoel opgesloten te zitten in mijn huis. Ik wilde er niet zijn maar kon er niet weg. Dat heeft veel te maken met de start. Ik kocht dit huis immers met De Man Van Mijn Leven. Achteraf gezien bleken er al na een paar maanden in dit huis, scheuren en barsten te zijn in onze relatie en – om een lang lang verhaal ultra-kort te maken – nog geen jaar nadat wij samen de koopakte tekenden, zat ik alleen in dat huis. En wilde ik weg. Maar dat kon niet.

“Amor Vincit Omnia” stond er op de muur van de slaapkamer geschilderd, toen wij erin trokken. Ik vond dat wrang. Het was wel duidelijk dat de vorige bewoners het huis verkochten omdat zij niet langer van elkaar hielden.

En de overburen maakten een keer een wrang grapje tegen me. Ze vroegen zich lachend af hoe lang wij er zouden blijven wonen, want het huis was nogal vaak verkocht. Vanwege echtscheidingen, vooral.

Je zou er toch bijna bijgelovig van worden…………

Maar goed. Ik kon niet zo snel weg als die anderen.  “We” hadden immers een hypotheek afgesloten die hoger was dan de koopsom. Dat kon toen nog. En we hadden kosten gehad: de Kosten Koper natuurlijk en een kleine verbouwing. Het zou zonde geweest zijn om het huis al binnen een jaar te koop te zetten. Achteraf mag mijn ex me op zijn knieën danken dat ik Zo Verstandig Was, terwijl hij schuldenvrij door kon met zijn leven. Achteraf had ik hem er nooit mee moeten laten wegkomen. Maar achteraf, daar koop je niks voor……

En wéér een jaar later stortte de woningmarkt in. Toen werd het verkopen van het huis al helemaal een slecht idee. En pas vijf jaar nadat ik enige eigenaar werd van mijn huis, kwam ik op het idee om zélf in actie te komen om dit huis te kunnen verlaten. Door de hypotheek te gaan aflossen.

Dat is nu alweer bijna zeven jaar geleden. Het heeft lang genoeg geduurd…..

 

Het is niet zo dat ik altijd een hekel gehad heb aan mijn huis. Op zich is er niet zo veel mis mee, ik zie echt ook wel de voordelen van hier wonen. Het was nou ook weer geen vreselijke ellende, waarin ik woonde. Bovendien zijn er nadat ik die relatiebreuk een beetje verwerkt had, ook hele mooie dingen gebeurd in dit huis. Het is het huis waar ik zo stralend gelukkig zwanger was. In dit huis heb ik duizenden liedjes gezongen voor mijn babymeisje, mijn dochter zette hier haar eerste stapjes. Ze ging er samen met Nijn op een potje. Ik kuste in dit huis haar pijntjes weg, kriebelde haar buikje en las haar verhaaltjes voor. We dansten in de kamer en knuffelden op de bank.
In dit huis woonde Gilles, de sjaggerijnige maar heel aandoenlijke ex-zwerfkater. En Freya, de poes die zich in het asiel een weg naar de vrijheid leek te klimmen. Beide katten zijn er niet meer helaas. Maar toen kwam Otje, onze gezellige hard spinnende poes, altijd goed gezelschap. En Pippa, die lieve zachtaardige slimme altijd-enthousiaste uit de krachten gegroeide pup.

We hebben het hier goed gehad. Ik heb heel wat uren in volmaakte rust in mijn hangmat gehangen, een boekje lezend. De honden van de buren waren er niet altijd en ook niet zo aanwezig als de laatste drie jaar. En ooit, toen ik nog geen alleenstaande moeder – combi met ZZP was, verbouwde ik mijn eigen groenten in de tuin. Iedere ochtend een liedje zingend, de plantjes water gevend. Met een kopje muntthee-uit-eigen-tuin.

En hier wonen die heerlijke buren op wie ik altijd kan terugvallen als ik weer eens geen oppas geregeld heb.

Toch kan ik niet wachten om dit huis achter me te laten. Ik ben er ook veel verdrietig geweest. Ik heb er me vaak niet thuis gevoeld. Ik heb hier nooit met plezier gasten ontvangen. Behalve dan die buren aan één kant, is het me niet gelukt om goede contacten op te bouwen in de buurt. Bovendien weet ik nu, nu ik een tuin heb van 400 vierkante meter, dat het niet de afmetingen zijn die maken of je kunt genieten van je tuin. Véél belangrijker is, dat je die tuin kunt zíen. Dat de tuin je als het ware uitnodigt om er binnen te stappen. Als een extra dimensie van het huis, niet een plek die ook “van jou is” maar waar je op bezoek gaat. Ik wil naar buiten kunnen kijken en dan wat anders zien dan een muur, of deze nou bedekt is met klimop of niet. En bovendien heb ik gemerkt dat geluidsoverlast toch ècht een dingetje is. Wat geluid van de buren ben ik gewend, maar constant twee grote blaffende honden is voor mij te veel van het goede.

Het belangrijkste voor “wonen” is voor mij overigens toch echt de buurt geworden. De buurt in combinatie met een kind van zes. Ik gun het mijn meisje dat ze niet onverrichterzake terug komt van een half uur rolschaatsen, met de opmerking dat het haar wéér niet gelukt is om een kind te vinden om mee te spelen. Zonne kan zichzelf prima alleen vermaken, maar er zijn grenzen. Wat dat betreft is dit gewoon echt een k#tbuurt met al die afgesloten, zwijgende huizen waarin ergens kinderen wonen, onzichtbaar voor de buitenwereld.

Niet voor niks gaan we zo vaak weg met de Sunnybus. In de Sunnybus voel ik me gelukkig, binnen die nog-geen-zes vierkante meter leefruimte en maar één stap verwijderd van de buitenlucht. Helemaal alleen in de natuur, of op een plek waar mensen je aankijken en groeten als je ze tegenkomt. En waar kinderen elkaar opzoeken om met elkaar te spelen.

 

Ja. Het is de hoogste tijd. We gaan weg.

 

Over mariimma

Alleenstaande moeder en ZZP-er die stukje bij beetje steeds meer financiële vrijheid ervaart.
Dit bericht werd geplaatst in dagelijksedingen, verhuizen, wonen. Bookmark de permalink .

3 reacties op De hoogste tijd

  1. Wat heerlijk dat het nu ook kan! Bepaalde dingen (iemand ergens te makkelijk mee weg laten komen) herken ik wel. Tegelijkertijd was ik wél ontzettend blij met het huis waarin mijn bloed, zweet en tranen zaten. Ik mis het nog wel. De hypotheek niet, maar de plek wel.

    Ik hoop van harte dat jullie iets moois vinden, in een buurt waar er inderdaad meer dan genoeg kinderen zijn om lekker mee te spelen. Wij woonden vroeger in een buurtschap, aan een pleintje. Als kind hoefde je alleen maar naar dat plein te lopen (letterlijk alleen het pad af) en dan was er altijd wel iemand om mee te spelen. En anders kon je binnen 5 minuten 8 deuren langs en was er ook altijd wel iemand. Waar we nu wonen, zie ik dat ook wel. Net iets anders misschien dan waar ik ben opgegroeid, maar in dit soort dorpse omgevingen leven mensen, en ook kinderen, toch nog iets meer ‘op straat’. Dat maakt het ook wel iets gezelliger. Als je daarvan houdt natuurlijk, ik vind het prima als ik wat mensen gedag kan zeggen, maar hoef ze ook niet elke dag over de vloer :$

    Het is denk ook wel goed dat je de mooie en minder mooie punten van zo’n huis en plek kunt zien. Dat maakt ook dat je een weloverwogen keuze het gemaakt en dat je weet wat je straks wél of juist niet wilt. Hebben jullie al een overdrachtsdatum afgesproken? Of misschien een betere vraag; heb je een beetje de tijd om wat rond te kijken?

    Liked by 1 persoon

  2. Anne J. zegt:

    Niets zo fijn als in de buurt wonen bij de klasgenootjes van Zonne. Ik woon om de hoek van de school, waar bijna allemaal buurtkinderen zitten. In het weekend lopen ze zelf bij elkaar langs om te spelen. Ideaal en ze vinden het zelf ook heel leuk dat ze zelfstandig door de buurt mogen struinen.

    Liked by 1 persoon

Wat vind jij daarvan?

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s